Contenuto dell’articolo nei miei commenti.

https://www.trouw.nl/tijdgeest/ik-stop-in-de-zorg-en-dat-zouden-meer-mensen-moeten-doen~b39058e1/

di dredbar

9 commenti

  1. Het is 21.15 uur, tijd om Kees naar zijn bed te helpen. Ik ben te laat. Hij probeert me al een kwartier te bellen via het alarm om zijn nek. Dit gaat hij me niet in dank afnemen. Ik twijfel of ik een collega moet inschakelen voor deze ‘transfer’. Zo noemen we het als een persoon die niet mobiel is verplaatst moet worden met een hulpmiddel, zoals een lift.

    In mijn hoofd dreun ik de route van mijn collega op. Ik reken uit dat zij op dit moment niet beschikbaar is om mij te helpen − ze staat een andere cliënt te douchen. Dus ik ga alleen naar Kees. Op de tillift bij zijn deur hangt een briefje: ‘tijdelijke lift’. Het is niet eens een tillift, het is een ‘sta-ophulp’. Een soort mini-vorkheftruck, voor mensen die nog wel stabiel kunnen staan, maar niet meer kunnen lopen. Ook dat nog.

    Kees is een man van 2 meter, een boom van een vent. De stevige sta-ophulp waarmee wij hem jaren hebben geholpen, was ‘van het huis’. Maar die moest naar een andere cliënt. Er diende dus een vervangend apparaat te komen. We deden een aanvraag bij de gemeente.

    # We trokken onze ruggen kapot

    Een ambtenaar kwam kijken of het echt nodig was. Kees, die aan één kant volledig verlamd is en niet kan praten, had volgens de ambtenaar inderdaad een sta-ophulp nodig. Zij ging via de officiële weg een nieuwe bestellen, maar dat kon wel even duren. Tot die tijd moesten wij een tijdelijke regelen. Het daarvoor aangewezen bedrijf had een keurige ‘verrijdbare sta-ophulp mét pootspreiding’ geleverd. Alleen: véél te klein.

    Er moest een andere, grotere lift komen. Die liet op zich wachten, en dus trokken mijn collega’s en ik onze ruggen en armen kapot aan de broekrand van Kees. “Kom op Kees! Even meehelpen!”

    Dat viel niet mee. Een hersenbloeding had niet alleen de verlamming veroorzaakt – de reden dat hij was opgenomen in onze zorginstelling – Kees kon daardoor ook niet meer praten. Hij was nu extreem gehecht aan regelmaat en structuur. Kees kon dat veel te kleine ‘hulpmiddel’ niet aanzien. Hij begon al met zijn ogen te draaien als we ermee binnen kwamen rijden.

    Dat die sta-ophulp voor het zorgpersoneel niet aan de ergonomische eisen voldeed, zorgde er niet voor dat er sneller akkoord kwam voor de aanschaf van een andere. De aanvraag raakte kwijt bij de gemeente.

    # Geen vast contract

    Toen ik op mijn achttiende koos voor de studie journalistiek had ik de ambitie om maatschappelijk belangrijke dingen te gaan doen. Schrijnende verhalen schrijven, onthullende reportages maken, tegels lichten. Maar na mijn studie ontdekte ik dat de journalistieke praktijk vaak betekent dat je mensen belt vanachter een bureau. Bovendien werd ook mijn zesde, tijdelijke contract tijdens de coronapandemie niet omgezet in een vast contract.

    Wat dan? Ik zorgde vooral voor mijn pasgeboren dochter en mijn zoon van twee. Dat thuisblijven en zorgen vond ik minder erg dan ik vroeger had gedacht. Ik hield van de vaste dagindeling, met fruitmomenten, verschoonrondjes en buitenactiviteiten. Ik bleek niet vies van luiers verschonen en was opvouwen. Maar ik miste iets: een fijn gesprek. Ik had in Hilversum aan allerlei radio- en tv-programma’s meegewerkt en regelmatig ging het over de zorg. Altijd hoorde ik over ‘tekorten’. Vooral aan ‘handjes aan het bed’.

    Hulpbehoevende mensen helpen, dat leek mij wel wat. Uit idealistische motieven besloot ik na mijn ouderschapsverlof te beginnen aan een werken-leren traject: een MBO3-opleiding voor Verzorgende Individuele Zorg. Samen met nog zo’n 9600 andere leerlingen dat jaar. Op zo’n opleiding kun je alles wat je leert meteen de volgende dag op de werkvloer toepassen, of het nu om verpleegtechnische handelingen, medicatie of ziektebeelden gaat .

  2. Zrakoplovvliegtuig on

    Toen ik begon aan de opleiding geneeskunde heb ik een specialist gevraagd wat die anders zou doen als die opnieuw was begonnen. “Ik zou geen geneeskunde hebben gestudeerd” was het antwoord. Na de opleiding ben ik zelf ook gestopt. Het werk is het geld en de voldoening voor veel mensen niet meer waard.

  3. Thin-Engineer-9191 on

    Jezus wat een tering zooi eigenlijk. Al die administratieve zooi die gedaan noet worden. Elke seconde werk die je moet verantwoorden. Ja ik snap wel dat de zorg niet meer aantrekkelijk is. Dit is gewoon geen doen dit.

  4. wallyyyyyyy97 on

    Mijn moeder werkte tot ong. 2011 in de thuiszorg en is paar jaar eerder met pensioen gegaan hierdoor. Ze was opeens 3 ochtenden per week bezig met alleen administratie en tegelijk mocht men nog maar maximaal 30 minuten besteden per patiënt. Men ging er volledig aan voorbij dat de ene persoon alleen hulp nodig had met aankleden en de ander bijvoorbeeld ook dement was en veel meer tijd nodig had.

  5. FlamingoMedic89 on

    Net voor the pandemie begon ik met een zorgopleiding en door gebrek aan stageplekken stapte ik over naar vrijwilligerswerk in de zorg, waar ik dan zorgprofessionals als collega’s kreeg en toen besloot ik toch maar niet in de zorg te gaan werken. Vreselijk dit.

  6. Ik hoop dat iedereen in de zorg er tegelijk mee stopt. Dat lijkt me eindelijk een groot genoege crisis zodat de politiek er wat aan doet.

  7. EducationalShame7053 on

    Als verpleegkundige met enige ervaring:

    *Voorbeeld: ik kom tijdens mijn avondronde bij een terminale cliënt. Ze is goed aanspreekbaar, maar heeft blauwe lippen. Dit kan twee dingen betekenen: kou of zuurstoftekort. Zuurstof (saturatie) en temperatuur zouden we niet meer opmeten, zo is afgesproken, maar de reden van de blauwe lippen kan levensbedreigend zijn óf onschuldig – dan is het opgelost met een kruik of deken.*

    *Het liefst zou ik haar een deken geven en metingen uitvoeren, zodat ik weet waarom ze die blauwe lippen heeft. Dan weet ik ook of ik de familie van deze bewoner moet bellen. Maar, dan zou ik me niet aan het beleid houden; ik heb dan een fout gemaakt.*

    Sorry maar dit is echt een heel slecht voorbeeld. Zuurstoftekort en onderkoeling hebben meer verschijnselen dan alleen ‘blauwe lippen.’ Dat kun je ook wel bepalen zonder thermometertje. Als je nu al vastloopt in je triage schiet je echt zwaar tekort. Je kunt je uitstekend aan een beleid houden en toch deze client helpen. Bovendien is deze client aanspreekbaar! Je zou kunnen vragen: heb je het koud? ben je benauwd?

    *Mijn collega-VIG’ers en verpleegkundigen gebruikten het woord ‘beleid’ vooral als ze zich ergens even niet aan wilden gaan houden. Een collega: “Het zuurstofbeleid van deze cliënt is vastgesteld op basis van een zittende cliënt, niet eentje die staat te douchen. Dus de zuurstofpomp kan nu best wat omhoog, dan vragen we de huisarts achteraf of dat in orde is.”*

    *In orde was het achteraf altijd. Maar we hadden het officieel vooraf moeten vragen. Ik begrijp dat heldere afspraken noodzakelijk zijn, maar het creëert in de praktijk vaak een papieren werkelijkheid. Die belemmert het werk en zorgt voor een hogere werkdruk.* 

    Weer een ontzetten slecht voorbeeld. Extra zuurstof toedienen mag echt absoluut niet, afhankelijk van het ziektebeeld kan dit dodelijk zijn. Die ´papieren werkelijkheid´ zijn inderdaad dat, op papier. Het ligt aan jou als profesional of dit toe te passen is. Je bent toch geen robot? Je snapt vanuit je kennis hopelijk wel waarom bepaalde regels wel of niet moeten worden toegepast en wanneer.

    Bepaalde regels zijn gewoon absoluut: niet afwijken van een protocol of richtlijn als deze je patient in gevaar brengt. Kun je afwijken met een goede doordachte reden en kun je dit zn achteraf verklaren? Kies je ervoor om bepaalde medicijnen te malen om verslikken te voorkomen, kies je voor een ander hulpmiddel, haal je een patient niet uit bed etc als je uitgaat van de client, je kennis en de absolute wetten dan heb je als proffesional echt wel wat bewegingsruimte binnen de marge.

  8. Mariannereddit on

    Herkenbaar verhaal.
    Hierbij ook goed om te melden dat zulke zwaar aangedane cliënten jaren geleden niet onder de huisarts zouden vallen, maar de specialist ouderengeneeskunde, de verantwoordelijkheid over de tillift niet bij de WMO zou liggen en de fysiotherapeut is geen vast onderdeel van het team meer.
    Dat maakt niet dat het dan beter was geweest, maar het zijn wel bijdragende factoren aan een inefficiënt systeem.

  9. Tango_Owl on

    Dankjewel voor je verhaal OP! Je beschrijft goed wat er allemaal mis gaat.

    Wat ik in verslagen hierover wel vaak mis is de blik van diegene die zorg krijgt. Zorgverleners hebben het zo druk dat er makkelijk een soort dehumanisatie van de cliënt optreedt. Dat merk je aan hoe ze over cliënten praten en als cliënt merk je dat ook aan hoe ze met je omgaan. Dit is natuurlijk meer de schuld van de beleidsmakers dan van de zorgverleners zelf, maar hier moet wel meer aandacht voor komen.

    Stel je eens voor dat je Kees bent. Eerst krijg je een ongeluk/een medische episode. Je bent in 1 klap je zelfstandigheid kwijt. Je kan niet meer thuis wonen en moet dus gedwongen verhuizen. In je nieuwe huis zijn de hulpmiddelen niet adequaat. Je ziet hoe mensen zichzelf kapot werken om je aan te kleden. Er wordt aan je geduwd en aan je broek gesjord. Alsof je niet mee wil helpen, je kan het gewoon niet. Vervolgens krijg je – mogelijk door bezuinigingen op controle – een wond. Die kan niet goed verzorgd worden, want er is nog steeds geen goede lift waarmee je veilig getild kan worden. En dan ga je dood.

    Mensen zoals Kees zijn er door heel Nederland. Met verschillende aandoeningen en verschillende vormen en zwaartes van zorg. Allemaal hebben ze gemeen dat ze te weinig zorg krijgen, niet meer altijd als mens gezien worden, en fysiek en mentaal de bezuinigingen opvangen.

Leave A Reply