**‘Nederland liet zich voor het karretje van Microsoft spannen’**
Interview Jochem de Groot | Ex-lobbyist Microsoft – Microsoft benadert landen alsof die hun natuurlijke partner zijn. Nederland is gevoelig voor deze benadering en voert ongewild de agenda van Microsoft uit. Inmiddels behoort het tot de beste Microsoftklanten wereldwijd. „We zijn mentaal gekoloniseerd.”
Jochem de Groot werkte acht jaar als lobbyist voor Microsoft in Nederland. Dat voelde als een vanzelfsprekend vervolg op zijn jaren als diplomaat voor het ministerie van Buitenlandse Zaken. Want Microsoft is een geopolitieke speler. Het bedrijf kan voor regeringen aan weten te voelen als een natuurlijke partner, door de nadruk te leggen op onderwerpen die overheden belangrijk vinden. Zoals cyberveiligheid en privacy.
In Nederland is die aanpak bijzonder effectief gebleken, laat De Groot zien in zijn boek dat binnenkort verschijnt. Nederland maakt zich de afgelopen decennia hard voor een open internet en een kleine rol voor de overheid in de virtuele wereld. Dat viel prachtig samen met wat Microsoft uitdraagt. En met de commerciële belangen van het bedrijf.
In Kolonisten van de Cloud doet De Groot, die tegenwoordig lobbyt namens de branchevereniging van Nederlandse techbedrijven, geen onthullingen over overheidscontracten met Microsoft of onderhandse deals over de bouw van datacentra. Hij probeert vooral het geraffineerde spel van beïnvloeding te laten zien door een bedrijf dat zó groot, machtig en rijk is dat het moeilijk is er tegenin te gaan.
**U schrijft dat het gebruik van Microsoft in Nederland ongekend hoog is. We horen relatief gezien tot de beste klanten wereldwijd. Hoe komt dat?**
„Nederland is relatief vroeg betrokken geweest bij de ontwikkeling van het internet. Hier zit een van de eerste internetknooppunten ter wereld. En we zijn trans-Atlantisch. We kijken naar de Verenigde Staten en zijn geneigd technologie snel te omarmen en te importeren. Dat maakt Nederland een logische basis voor buitenlandse technologiebedrijven die nieuwe markten willen veroveren. Er is hier dan ook al sinds 1987 een Microsoft-kantoor.
„Dat heeft de Nederlandse economie geen windeieren gelegd. Maar we zijn tegelijk gaan geloven in de visie op technologie die met name Amerikaanse bedrijven ons hebben aangereikt. Met als uitgangspunt dat je voor elk probleem een technologische oplossing kunt verzinnen.
„We zijn mentaal gekoloniseerd. Microsoft heeft die beïnvloeding geperfectioneerd. Het bedrijf is een geopolitieke actor, die zich ook als een natiestaat gedraagt, met vertegenwoordigingen bij internationale organisaties en bazen die als een soort ministers van Buitenlandse Zaken de hele wereld over vliegen. En door overal ter wereld lobbyisten zoals ik in te zetten, vergelijkbaar met lokale ambassadeurs.”
**Hoe ver reikt die macht in de praktijk?**
„Geen land ter wereld weet zoveel over cyberdreiging als ‘niet-land’ Microsoft, omdat het overal aanwezig is. Alle informatie komt samen op het hoofdkantoor in [het Amerikaanse] Redmond. Als land ben je daar ook voor de beveiliging van cruciale infrastructuur van afhankelijk.
„Microsoft heeft veel invloed op hoe standaarden voor digitale producten worden vastgesteld. Het heeft ook initiatief genomen om veiligheidsnormen op te stellen voor cyberspace. Bedrijven die zich bij die afspraken aansluiten, laten zich bijvoorbeeld niet inhuren om belangrijke infrastructuur en ziekenhuizen aan te vallen. Dat is goed, maar zulke niet-verplichtende normen leiden ook af van het vastleggen van harde verplichtingen in wetgeving, waarbij bijvoorbeeld meer verantwoordelijkheid voor cyberveiligheid bij bedrijven wordt gelegd.
„Om dat te bereiken, gebruiken ze hun soft power en regeringen zoals die in Nederland. Vanuit het hoofdkantoor wordt gekeken welke landen vatbaar zijn voor de ideeën van Microsoft. Er ontstaat een soort rituele dans en vervolgens neemt Nederland het initiatief voor een conferentie over internationale cybernormen. Dat is een voorbeeld van een samenwerking tussen een natiestaat en een niet-natiestaat.”
**Tussen een bedrijf en een klant toch? Is die scheidslijn wel helder genoeg?**
„Er zit een grote tegenstrijdigheid. Aan de ene kant werk je diplomatiek samen met een land, de Verenigde Staten, om internetvrijheid te bevorderen, met open, niet-gereguleerde netwerken. Dat draaide om mensenrechten, vrijheid van meningsuiting. Maar daarnaast stond steeds de koopman, het commerciële belang. Het Nederlandse beleid was dat we ons als handelsland extreem open moesten stellen voor buitenlandse technologie. En de kern van het Amerikaanse beleid is het internet open houden om de eigen bedrijven wereldwijd ruim baan te geven. Intussen word je steeds afhankelijker van de digitale producten uit de VS.”
**Heeft Nederland zich daarin laten gebruiken door de VS?**
„Dat ‘laten gebruiken’ impliceert dat je voor een karretje bent gespannen. Ik denk niet dat het zo werd ervaren, maar wel dat het de praktijk was.
„In Nederland was er veel politieke aandacht voor een open internet. Er werd ook sterk geloofd in de democratiserende kracht van sociale media. Dat maakte het een hele natuurlijke partner voor het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. De contouren van de door Nederland opgezette internationale coalitie voor internetvrijheid zijn door Amerika bepaald.”
**U schetst Microsoft als een soort land, met een eigen diplomatiek apparaat. Deze zomer bleek dat het datacentrum van Microsoft in Middenmeer in Nederland werd gebruikt door het Israëlische leger om Palestijnen in de gaten te houden. Wie kun je daar dan op aanspreken?**
„Ik zal daar zo op ingaan, maar wil eerst benadrukken dat je niet weerloos bent als klein land. Een kleine groep ambtenaren in Nederland beet zich vast in de vraag of de contracten met Microsoft wel in overeenstemming waren met de privacywet en heeft aanpassingen afgedwongen. Dat werd de standaard voor heel Europa. Dat is een inspirerend voorbeeld.
„Er is de afgelopen tien jaar gepoogd internationaal regels te ontwikkelen die bepalen welke data waar worden opgeslagen. En wat dat betekent. Wanneer werk je met die data wel of niet mee aan een bepaalde militaire operatie? Van de Big Tech-bedrijven was Microsoft het meest betrokken bij de totstandkoming van die regels.”
**Wat kun je daar als land mee? Wat te doen als je niet wilt dat een datacenter op je grondgebied wordt ingezet om oorlogsmisdaden te plegen?**
„Goede vraag. Daar heb ik me niet in verdiept. Ik heb wel overwogen een hoofdstuk te schrijven over hoe Microsoft technologie levert aan Israël. Maar ik wilde focussen op waar ik zelf bij betrokken was.”
**Dan is Middenmeer interessant. In de periode dat u voor Microsoft werkte, was er veel te doen over de bouw van dit datacenter.**
„We weten, zo staat het in alle contracten, dat daar servers draaien voor een gigantische regio: Europa, Midden-Oosten en Afrika. Dat betekent per definitie dat je ook afnemers hebt die diensten verlenen aan overheden die verder van ons afstaan qua morele of ethische overwegingen.”
**En dat moet je dus gewoon accepteren?**
„Dat moet je genuanceerd zien. Moet je een bedrijf in den brede uitsluiten als het op één vlak mogelijk medeplichtig is aan onderdrukking via technologie? Als je dat bij Microsoft wilt doen, flikkert de hele Nederlandse economie in elkaar. Maar je kunt natuurlijk wel proberen druk op het bedrijf uit te oefenen.”
**Zegt u dus: we zijn zo afhankelijk van dat bedrijf dat je geen mening mag hebben over zijn andere klanten?**
„Nee, dat zeg ik niet. Sterker nog: terwijl ik bij Microsoft werkte, was er een soort opstand onder het personeel omdat het vermoeden was dat gezichtsherkenningstechnologie van Microsoft werd gebruikt om kinderen uit Mexico in kooien op te sluiten. Dat bleek niet te kloppen, maar daar moest het bedrijf toen een positie over innemen.”
**Het is een bedrijf, dus ik neem aan dat uiteindelijk commerciële afwegingen de doorslag geven.**
„Vrijwel altijd, maar niet áltijd. Die gezichtsherkenningstechnologie wilden ze niet leveren. Daar nam Microsoft de vlucht naar voren en ging pleiten voor wetgeving om dit te reguleren.”
**Waarom moest u als lobbyist geheimzinnig doen over de bouw van het datacenter van Microsoft in Middenmeer?**
„Microsoft wilde de concurrentie niet wakker maken met informatie over hoeveel ze daar uitgaven en hoe groot het werd. Maar intussen ging er een gure wind waaien in de polder. Omwonenden en de gemeenteraad waren minder blij met zo’n gigantisch datacenter. Ik vond het heel moeilijk dat over te brengen op het hoofdkantoor in Redmond. De tak die infrastructuur en datacenters bouwt was eraan gewend bijna letterlijk met een rode loper te worden ontvangen als ze ergens een grote investering kwamen doen.
„In die periode ontstond voor mij ook een soort wroeging. Ik ging inzien wat een ongelijke strijd het was. Aan de ene kant de lokale weerstand. En aan de andere kant het eenrichtingsverkeer vanuit het hoofdkantoor dat maar doordendert.”
„Het is voor een concern als Microsoft nuttig om op Nederland te letten. De situatie hier kan dienen als kanarie in de kolenmijn, met een signaalfunctie voor aanstaande veranderingen.”
mailmehiermaar on
Deze man heeft ons eerst jarenlang een oor lopen aannaaien en nu gaat ie dat op onze kosten weer allemaal fixen!
Orly-Carrasco on
Als Eelco Heijnen niet meer terugkeert als minister van Financiën, dan mag hij van zijn levensdagen hopen dat de computersystemen van Belastingdienst niet keihard aangepakt worden.
Ik mag hopen van wel. Laat hem voelen wat de gevolgen van zijn gemakzucht zijn.
littlebighuman on
Ik werk in de IT sinds 1996. Altijd was het motto “niemand word ontslagen wie voor Microsoft kiest”. Visionairs zijn zeldzaam, schapen daarentegen.
Frying-Dutchman- on
Eén telefoontje naar Seattle en Nederland staat uit. Dikke leasebak, dat wel.
Willem_van_Oranje on
>„Ik wilde laten zien hoe Microsoft het lobbyen tot een kunst heeft verheven. Daarover ben ik zowel kritisch als bewonderend. En ik laat zien dat het in Nederland ontbreekt aan een digitale ziel, aan een eigen visie op wat we met technologie willen.
>„Microsoft is ook zo invloedrijk omdat het een verhaal vertelt waar de Haagse politieke elite enorm ontvankelijk voor is. Maar we moeten in Nederland zelf nadenken over de richting van het beleid, waarbij digitalisering een middel is, geen doel.”
Ja echt niet normaal hoe gelikt ze lobbyen. Ik kwam ze vaak tegen op iBestuur congressen. Dat zijn bijeenkomsten voor de Nederlandse ‘digitale overheid’ in brede zin. Ze kwamen soms met een groep van misschien wel 10 mensen en hadden voor elke vraag die er leefde een antwoord klaar.
Ik had geen interesse in hun producten, maar was wel onder de indruk van hun lobby werk. Ze pakten iedereen om zich heen kundig in met de manier waarop ze spraken en de informatie die ze konden bieden. Misschien nog wel belangrijker, ze hadden een sterk verhaal klaar om hun maatschappelijke bijdrage aan de Nederlandse samenleving uit te leggen. Politici toen, zeg 7 of 8 jaar geleden, wisten meestal weinig van tech, maar het maatschappelijke aspect sprak ze natuurlijk wel aan.
Ik heb wereldwijd veel lobby werk gezien op congressen en wat andere plekken, incl in de VS zelf, maar Microsoft deed ‘t het meest gelikt.
Dat gezegd hebbende, het beste lobby werk herken je niet als lobby werk, en bij microsoft kreeg je wel dat standaard verkoper/consultant gevoel van dat ze heel graag iets willen verkopen. Dus misschien toch niet de beste die ik heb gezien, maar in de categorie openlijke lobbys wel.
In de VS kwam ik ze ook tegen, maar daar hadden ze veel meer concurrentie en sprongen ze er wat minder bovenuit. En de MS teams die ik daar zag kwamen kwalitatief qua lobbyen niet in de buurt van hun Nederlandse team. Dat zegt waarschijnlijk iets over de hoge prioriteit die Microsoft gaf aan het verkijgen van een sterke positie in Nederland. Ze zagen de kans en hebben die gepakt.
Vaak vergeet ik na een paar jaar 90% van wat er op die congressen gebeurt, maar de lobby van Microsoft is iets dat me bij bleef. Grappig om die indruk bevestigd te zien in dit artikel.
6 commenti
[Archive](https://archive.ph/s8qsn)
**‘Nederland liet zich voor het karretje van Microsoft spannen’**
Interview Jochem de Groot | Ex-lobbyist Microsoft – Microsoft benadert landen alsof die hun natuurlijke partner zijn. Nederland is gevoelig voor deze benadering en voert ongewild de agenda van Microsoft uit. Inmiddels behoort het tot de beste Microsoftklanten wereldwijd. „We zijn mentaal gekoloniseerd.”
Jochem de Groot werkte acht jaar als lobbyist voor Microsoft in Nederland. Dat voelde als een vanzelfsprekend vervolg op zijn jaren als diplomaat voor het ministerie van Buitenlandse Zaken. Want Microsoft is een geopolitieke speler. Het bedrijf kan voor regeringen aan weten te voelen als een natuurlijke partner, door de nadruk te leggen op onderwerpen die overheden belangrijk vinden. Zoals cyberveiligheid en privacy.
In Nederland is die aanpak bijzonder effectief gebleken, laat De Groot zien in zijn boek dat binnenkort verschijnt. Nederland maakt zich de afgelopen decennia hard voor een open internet en een kleine rol voor de overheid in de virtuele wereld. Dat viel prachtig samen met wat Microsoft uitdraagt. En met de commerciële belangen van het bedrijf.
In Kolonisten van de Cloud doet De Groot, die tegenwoordig lobbyt namens de branchevereniging van Nederlandse techbedrijven, geen onthullingen over overheidscontracten met Microsoft of onderhandse deals over de bouw van datacentra. Hij probeert vooral het geraffineerde spel van beïnvloeding te laten zien door een bedrijf dat zó groot, machtig en rijk is dat het moeilijk is er tegenin te gaan.
**U schrijft dat het gebruik van Microsoft in Nederland ongekend hoog is. We horen relatief gezien tot de beste klanten wereldwijd. Hoe komt dat?**
„Nederland is relatief vroeg betrokken geweest bij de ontwikkeling van het internet. Hier zit een van de eerste internetknooppunten ter wereld. En we zijn trans-Atlantisch. We kijken naar de Verenigde Staten en zijn geneigd technologie snel te omarmen en te importeren. Dat maakt Nederland een logische basis voor buitenlandse technologiebedrijven die nieuwe markten willen veroveren. Er is hier dan ook al sinds 1987 een Microsoft-kantoor.
„Dat heeft de Nederlandse economie geen windeieren gelegd. Maar we zijn tegelijk gaan geloven in de visie op technologie die met name Amerikaanse bedrijven ons hebben aangereikt. Met als uitgangspunt dat je voor elk probleem een technologische oplossing kunt verzinnen.
„We zijn mentaal gekoloniseerd. Microsoft heeft die beïnvloeding geperfectioneerd. Het bedrijf is een geopolitieke actor, die zich ook als een natiestaat gedraagt, met vertegenwoordigingen bij internationale organisaties en bazen die als een soort ministers van Buitenlandse Zaken de hele wereld over vliegen. En door overal ter wereld lobbyisten zoals ik in te zetten, vergelijkbaar met lokale ambassadeurs.”
**Hoe ver reikt die macht in de praktijk?**
„Geen land ter wereld weet zoveel over cyberdreiging als ‘niet-land’ Microsoft, omdat het overal aanwezig is. Alle informatie komt samen op het hoofdkantoor in [het Amerikaanse] Redmond. Als land ben je daar ook voor de beveiliging van cruciale infrastructuur van afhankelijk.
„Microsoft heeft veel invloed op hoe standaarden voor digitale producten worden vastgesteld. Het heeft ook initiatief genomen om veiligheidsnormen op te stellen voor cyberspace. Bedrijven die zich bij die afspraken aansluiten, laten zich bijvoorbeeld niet inhuren om belangrijke infrastructuur en ziekenhuizen aan te vallen. Dat is goed, maar zulke niet-verplichtende normen leiden ook af van het vastleggen van harde verplichtingen in wetgeving, waarbij bijvoorbeeld meer verantwoordelijkheid voor cyberveiligheid bij bedrijven wordt gelegd.
„Om dat te bereiken, gebruiken ze hun soft power en regeringen zoals die in Nederland. Vanuit het hoofdkantoor wordt gekeken welke landen vatbaar zijn voor de ideeën van Microsoft. Er ontstaat een soort rituele dans en vervolgens neemt Nederland het initiatief voor een conferentie over internationale cybernormen. Dat is een voorbeeld van een samenwerking tussen een natiestaat en een niet-natiestaat.”
**Tussen een bedrijf en een klant toch? Is die scheidslijn wel helder genoeg?**
„Er zit een grote tegenstrijdigheid. Aan de ene kant werk je diplomatiek samen met een land, de Verenigde Staten, om internetvrijheid te bevorderen, met open, niet-gereguleerde netwerken. Dat draaide om mensenrechten, vrijheid van meningsuiting. Maar daarnaast stond steeds de koopman, het commerciële belang. Het Nederlandse beleid was dat we ons als handelsland extreem open moesten stellen voor buitenlandse technologie. En de kern van het Amerikaanse beleid is het internet open houden om de eigen bedrijven wereldwijd ruim baan te geven. Intussen word je steeds afhankelijker van de digitale producten uit de VS.”
**Heeft Nederland zich daarin laten gebruiken door de VS?**
„Dat ‘laten gebruiken’ impliceert dat je voor een karretje bent gespannen. Ik denk niet dat het zo werd ervaren, maar wel dat het de praktijk was.
„In Nederland was er veel politieke aandacht voor een open internet. Er werd ook sterk geloofd in de democratiserende kracht van sociale media. Dat maakte het een hele natuurlijke partner voor het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. De contouren van de door Nederland opgezette internationale coalitie voor internetvrijheid zijn door Amerika bepaald.”
**U schetst Microsoft als een soort land, met een eigen diplomatiek apparaat. Deze zomer bleek dat het datacentrum van Microsoft in Middenmeer in Nederland werd gebruikt door het Israëlische leger om Palestijnen in de gaten te houden. Wie kun je daar dan op aanspreken?**
„Ik zal daar zo op ingaan, maar wil eerst benadrukken dat je niet weerloos bent als klein land. Een kleine groep ambtenaren in Nederland beet zich vast in de vraag of de contracten met Microsoft wel in overeenstemming waren met de privacywet en heeft aanpassingen afgedwongen. Dat werd de standaard voor heel Europa. Dat is een inspirerend voorbeeld.
„Er is de afgelopen tien jaar gepoogd internationaal regels te ontwikkelen die bepalen welke data waar worden opgeslagen. En wat dat betekent. Wanneer werk je met die data wel of niet mee aan een bepaalde militaire operatie? Van de Big Tech-bedrijven was Microsoft het meest betrokken bij de totstandkoming van die regels.”
**Wat kun je daar als land mee? Wat te doen als je niet wilt dat een datacenter op je grondgebied wordt ingezet om oorlogsmisdaden te plegen?**
„Goede vraag. Daar heb ik me niet in verdiept. Ik heb wel overwogen een hoofdstuk te schrijven over hoe Microsoft technologie levert aan Israël. Maar ik wilde focussen op waar ik zelf bij betrokken was.”
**Dan is Middenmeer interessant. In de periode dat u voor Microsoft werkte, was er veel te doen over de bouw van dit datacenter.**
„We weten, zo staat het in alle contracten, dat daar servers draaien voor een gigantische regio: Europa, Midden-Oosten en Afrika. Dat betekent per definitie dat je ook afnemers hebt die diensten verlenen aan overheden die verder van ons afstaan qua morele of ethische overwegingen.”
**En dat moet je dus gewoon accepteren?**
„Dat moet je genuanceerd zien. Moet je een bedrijf in den brede uitsluiten als het op één vlak mogelijk medeplichtig is aan onderdrukking via technologie? Als je dat bij Microsoft wilt doen, flikkert de hele Nederlandse economie in elkaar. Maar je kunt natuurlijk wel proberen druk op het bedrijf uit te oefenen.”
**Zegt u dus: we zijn zo afhankelijk van dat bedrijf dat je geen mening mag hebben over zijn andere klanten?**
„Nee, dat zeg ik niet. Sterker nog: terwijl ik bij Microsoft werkte, was er een soort opstand onder het personeel omdat het vermoeden was dat gezichtsherkenningstechnologie van Microsoft werd gebruikt om kinderen uit Mexico in kooien op te sluiten. Dat bleek niet te kloppen, maar daar moest het bedrijf toen een positie over innemen.”
**Het is een bedrijf, dus ik neem aan dat uiteindelijk commerciële afwegingen de doorslag geven.**
„Vrijwel altijd, maar niet áltijd. Die gezichtsherkenningstechnologie wilden ze niet leveren. Daar nam Microsoft de vlucht naar voren en ging pleiten voor wetgeving om dit te reguleren.”
**Waarom moest u als lobbyist geheimzinnig doen over de bouw van het datacenter van Microsoft in Middenmeer?**
„Microsoft wilde de concurrentie niet wakker maken met informatie over hoeveel ze daar uitgaven en hoe groot het werd. Maar intussen ging er een gure wind waaien in de polder. Omwonenden en de gemeenteraad waren minder blij met zo’n gigantisch datacenter. Ik vond het heel moeilijk dat over te brengen op het hoofdkantoor in Redmond. De tak die infrastructuur en datacenters bouwt was eraan gewend bijna letterlijk met een rode loper te worden ontvangen als ze ergens een grote investering kwamen doen.
„In die periode ontstond voor mij ook een soort wroeging. Ik ging inzien wat een ongelijke strijd het was. Aan de ene kant de lokale weerstand. En aan de andere kant het eenrichtingsverkeer vanuit het hoofdkantoor dat maar doordendert.”
„Het is voor een concern als Microsoft nuttig om op Nederland te letten. De situatie hier kan dienen als kanarie in de kolenmijn, met een signaalfunctie voor aanstaande veranderingen.”
Deze man heeft ons eerst jarenlang een oor lopen aannaaien en nu gaat ie dat op onze kosten weer allemaal fixen!
Als Eelco Heijnen niet meer terugkeert als minister van Financiën, dan mag hij van zijn levensdagen hopen dat de computersystemen van Belastingdienst niet keihard aangepakt worden.
Ik mag hopen van wel. Laat hem voelen wat de gevolgen van zijn gemakzucht zijn.
Ik werk in de IT sinds 1996. Altijd was het motto “niemand word ontslagen wie voor Microsoft kiest”. Visionairs zijn zeldzaam, schapen daarentegen.
Eén telefoontje naar Seattle en Nederland staat uit. Dikke leasebak, dat wel.
>„Ik wilde laten zien hoe Microsoft het lobbyen tot een kunst heeft verheven. Daarover ben ik zowel kritisch als bewonderend. En ik laat zien dat het in Nederland ontbreekt aan een digitale ziel, aan een eigen visie op wat we met technologie willen.
>„Microsoft is ook zo invloedrijk omdat het een verhaal vertelt waar de Haagse politieke elite enorm ontvankelijk voor is. Maar we moeten in Nederland zelf nadenken over de richting van het beleid, waarbij digitalisering een middel is, geen doel.”
Ja echt niet normaal hoe gelikt ze lobbyen. Ik kwam ze vaak tegen op iBestuur congressen. Dat zijn bijeenkomsten voor de Nederlandse ‘digitale overheid’ in brede zin. Ze kwamen soms met een groep van misschien wel 10 mensen en hadden voor elke vraag die er leefde een antwoord klaar.
Ik had geen interesse in hun producten, maar was wel onder de indruk van hun lobby werk. Ze pakten iedereen om zich heen kundig in met de manier waarop ze spraken en de informatie die ze konden bieden. Misschien nog wel belangrijker, ze hadden een sterk verhaal klaar om hun maatschappelijke bijdrage aan de Nederlandse samenleving uit te leggen. Politici toen, zeg 7 of 8 jaar geleden, wisten meestal weinig van tech, maar het maatschappelijke aspect sprak ze natuurlijk wel aan.
Ik heb wereldwijd veel lobby werk gezien op congressen en wat andere plekken, incl in de VS zelf, maar Microsoft deed ‘t het meest gelikt.
Dat gezegd hebbende, het beste lobby werk herken je niet als lobby werk, en bij microsoft kreeg je wel dat standaard verkoper/consultant gevoel van dat ze heel graag iets willen verkopen. Dus misschien toch niet de beste die ik heb gezien, maar in de categorie openlijke lobbys wel.
In de VS kwam ik ze ook tegen, maar daar hadden ze veel meer concurrentie en sprongen ze er wat minder bovenuit. En de MS teams die ik daar zag kwamen kwalitatief qua lobbyen niet in de buurt van hun Nederlandse team. Dat zegt waarschijnlijk iets over de hoge prioriteit die Microsoft gaf aan het verkijgen van een sterke positie in Nederland. Ze zagen de kans en hebben die gepakt.
Vaak vergeet ik na een paar jaar 90% van wat er op die congressen gebeurt, maar de lobby van Microsoft is iets dat me bij bleef. Grappig om die indruk bevestigd te zien in dit artikel.